Belangrijk onderdeel voor het behalen van de Regionale Status is het voetbaltechnisch beleidsplan ‘de blauwe draad’.

BFC Jeugdopleiding

Het jeugdbeleid heeft voor rust gezorgd.

Igor van Gelderen stapte tweeënhalf geleden in als technisch manager van BFC uit Bussum. Van Gelderen
vertrekt na die periode met een goed gevoel uit Bussum. De club heeft inmiddels het predicaat RJO.
“Toen ik kwam was er teveel onrust binnen de club.”

Artikel uit de Trainer-Coach van de VVON. Tekst: Rogier Cuypers

Naast het hoofdtrainerschap bij Roda’46 in Leusden was Igor van Gelderen tot voor kort technisch manager bij BFC uit Bussum. Toen Van Gelderen aan de klus bij BFC begon, moest hij om zien te gaan met de ontstane onrust. Hij trof een vereniging aan waarbij een groep ouders ontevreden was over het gevoerde beleid. “BFC is een club waarbij de ouders en spelers hoogopgeleid zijn. Iedereen is mondig en binnen de club was er geen duidelijkheid. De eerste jeugdelftallen van BFC presteerden goed en op een hoog niveau, maar een groep ouders vond dat er teveel jongens van buitenaf werden gehaald en dat het breedtevoetbal geen enkele aandacht kreeg. Een select groepje leden heeft vervolgens een brandbrief naar het bestuur gestuurd om opheldering te vragen over het aantrekken van externe jeugdspelers. Ze vonden dat eigen spelers te weinig kansen kregen. De waarheid lag waarschijnlijk ergens in het midden. Er was op dat moment geen technisch manager. Het Hoofd

Jeugdopleiding moest teveel doen en was alleen maar bezig met brandjes blussen. Er waren veel goedwillende vrijwilligers die inde ogen van andere leden een bepaalde pet op hadden. Het was belangrijk dat er een extern iemand binnenkwam die dat soort processen begeleidde, waardoor de brand snel gedoofd zou worden.”

Aanstelling
Het beloofde geen eenvoudige klus te worden voor Van Gelderen. Maar juist het vooruitzicht op een zware kluif, maakte het voor hem interessant. “Ze zijn bij me terecht gekomen, omdat ik behoorlijk wat ervaring heb en er niet veel HJO’s of technisch managers zijn die aan clubs als BFC iets kunnen toevoegen. Ik heb een aantal goede gesprekken gehad en twijfelde zelf niet om in te stappen. Verre van dat, want in mijn beleving wordt het dan pas interessant. Als het gesneden koek is, heb ik er niet zoveel zin in. Er moet namelijk wel iets veranderen en dat was hier zeker het geval. Ik

kende de club wel aardig, want ik kwam uit Almere en Bussum ligt daar tegenaan. Ik was voordat ik hier werkte altijd verbaasd over het feit dat veel jongens uit Almere in Bussum gingen voetballen, maar nu snap ik wel waarom.”

Uiteraard had de club een flink aantal zaken waar Van Gelderen aan moest voldoen, maar een aantal zaken stond bovenaan de wensenlijst. “Het belangrijkste dat van me verwacht werd was continuïteit onder de trainersstaf, duidelijkheid wat betreft de aanname van externe spelers en meer aandacht voor breedte- en meidenvoetbal. Men wilde ook graag als jeugdopleiding gecertificeerd worden vanuit de KNVB. Of dat lokaal of regionaal moest zijn, was op dat moment nog een vraagteken. Het was ook de wens van onze partner Ajax. Dat waren de belangrijkste taken die ik heb meegekregen. In deze functie is het lastig om niet in de waan van de dag te leven. Dat is me wel aardig gelukt.”

Het mede mogelijk maken van de BFC Talent Cup. Voorbereiding toernooi voor alle 1ste selectieteams van BFC met enkel BVO’S. Deze komen graag spelen tegen de talentvolle teams van BFC.

Regionale jeugdopleiding
Eén van de criteria waar de jeugdopleiding van BFC aan wilde voldoen, was het predicaat van de regionale jeugdopleiding. Een club moet aan ruim zestig criteria voldoen, maar een aantal van die zaken verdient voor veel clubs extra aandacht. “Er zijn wel 64 zaken waar je als vereniging aan moet voldoen”, vertelt de scheidend technisch manager. “Zoals TC 2-trainers op de eerste teams, een bepaald aantal trainingen per week, spelen op een bepaald niveau, jeugdscouting, etc.,
etera. Een stuk of twintig kun je er vaak al zo afvinken. BFC is echt een opleidingsvereniging. Niet alleen op het gebied van spelers opleiden, maar ook wat betreft de trainersstaf. We gaan verder dan veel andere clubs. Zo organiseren we standaard twee keer per jaar een trainersdag waarbij selectietrainers worden uitgenodigd en er sprekers komen die echt wat te melden hebben. Het duurt ook lang voordat collegaclubs deze werkwijze kunnen kopiëren en op een zelfde niveau zitten met hun trainersstaf.”

Structuur
Toen Van Gelderen begon aan zijn werkzaamheden bij BFC, was het creëren van structuur enorm belangrijk. “Ik ben op de achtergrond begonnen. In het begin heb ik een dertigtal mensen gesproken vanuit alle geledingen binnen BFC. Toen had ik een goed beeld en wist ik wat er moest gebeuren. Het eerste half jaar heb ik veel tijd en energie in het breedtevoetbal gestoken. Het selectievoetbal heb ik even gelaten voor wat het was, omdat daar iets minder de prioriteit op lag. De
grootste uitdaging was om het breedtevoetbal van BFC naar een hoger niveau te tillen. Op die manier zou er weer wat rust komen en konden we vervolgens meer aandacht schenken aan het selectievoetbal. De rust kwam er snel, we maakten stappen en iedereen besefte dat we ook aandacht hadden voor de breedtesport. We zijn ook gelijk begonnen met de gratis voetbalacademy voor de jeugd tussen de Onder8 tot en met de Onder13. Dat was voor veel spelers dus een extra tweede
trainingsmoment.

Het was geen verplichting, maar als je je aanmeldt verwachten we wel dat je komt. Uiteindelijk maakten zo’n 200 jeugdleden hier gebruik van. We bieden daar ook andere oefenstof aan. We trainden meer in wedstrijdenvormen om op die manier de techniek aan te leren. We combineerden dat
met goedkope vakantieactiviteiten voor de breedtesport. Dat was een groot succes.”

Ook in de bovenbouw werd er meer aandacht besteed aan de breedtesport. “ Het HJO bovenbouw had als taak meer aandacht te besteden aan de trainers van de breedtesportteams. Bij de selectieteams liep het namelijk prima, want de TC2-jongens weten vaak wel hoe en wat. Bij de lagere teams heb je meer met ouders te maken die wat meer begeleiding en sturing nodig hebben. Na een half jaar was die kritiek verstomd.”

Een ander pijnpunt was het gevoel dat er veel jongens van buiten werden gehaald. “Het werd misschien wel groter gemaakt dan het was, maar er werd niet goed en duidelijk over gecommuniceerd. We hebben nu een aantal richtlijnen opgesteld: maximaal drie spelers van buitenaf mogen instromen en ze moeten ook nog binnen een bepaalde afstand van de club wonen. In het verleden werd er niet heel veel vanaf geweken, maar volgens in de perceptie van veel ouders was dat wel zo. Door die twee stappen – de breedtesport en de externe spelers – op de agenda te zetten en daar wat mee te doen, raakten we als club in een flow. De kritiek was ook meteen verdwenen. Vanuit de certificering van RJO moesten we ook een beleidsplan hebben en daar staan ook acties richting het breedtevoetbal omschreven. Je ziet ook dat het niveau van die teams omhoog gaat.”

Bij BFC hebben ze daarnaast ook enorm hun best gedaan om de aansluiting naar de eerste teams te vinden. “We hebben veel moeite om die aansluiting voor elkaar te krijgen. Er is een stap gemaakt door de selecties kleiner te maken. Dat dwingt de trainers door samen te werken met de tweede teams. Eén keer per week zijn ze verplicht op hetzelfde veld en tijdstip te trainen. De tweede teams presteren uitstekend. Je merkt dat het goed is dat we daar aandacht aan geven. Jongens waarvan
we twee jaar geleden niet verwachten, trainen nu met eerste teams mee. Het vizier van de trainers is ook meer intern dan extern gericht.”

Uitreiking regionale jeugdopleiding door de KNVB o.a. met bestuurslid voetbalzaken Ronald voor den Dag.

Eigen trainers
BFC investeert graag in eigen trainers. “Enerzijds willen we trainers van buitenaf, maar we willen ook onze eigen trainers opleiden en verder ontwikkelen. We hebben destijds een aantal trainers binnengehaald voor de tweede teams en op de eerste teams zitten zwaargewichten. Nu vinden we dat de jongens die op Onder12-I zitten, moeten kunnen doorstromen naar de Onder13-I. We hadden op die Onder13-ploeg een prima externe trainer, maar we kiezen op dat
moment voor een eigen jonge trainer die zich wil doorontwikkelen. Daarmee schets je een toekomstperspectief voor andere jonge, ambitieuze trainers die een stap hogerop willen in de onderbouw.” Op welke manieren onderscheidt BFC zich in de manier van het opleiden van de jeugdtrainers? “Naast mijn werk bij BFC en
Roda’46 heb ik ook mijn eigen voetbalbedrijf waarbij ik pupillencursussen geef. Dat doen we dus ook voor onze jeugdtrainers in Bussum. Al onze onderbouwtrainers hebben in combinatie met het HJO onderbouw bij wijze van spreken elke trainersavond een cursus. De oefenstof wordt besproken en geëvalueerd. Daarnaast trainen we vaak op hetzelfde tijdstip en op dezelfde twee velden. Er is ook veel overloop tussen de teams. Spelers van de Onder10 trainen eens per maand mee met de Onder11, maar ook met de Onder9. Dit zorgt voor kruisbestuiving.”

Naast de zaken die de club intern regelt voor de trainers, biedt BFC ook andere mogelijkheden. “We bieden trainers de mogelijkheid om ook externe cursussen te volgen. Bijvoorbeeld de cursus TC3, maar ook TC2. Komend seizoen gaan er ook weer twee jongens op voor hun TC2. Toen ik begon was het echt nog een hobby en nu zijn het veel meer jongens die het als vak beginnen te zien. Als je jezelf niet wil blijven ontwikkelen pas je als trainer ook niet bij BFC.” Waar bij veel clubs jongens van het eerste of tweede elftal het trainersgilde komen versterken, daar is dat bij de Bussemse club juist niet het geval. Dat heeft grotendeels te
maken met de opleiding van de spelers. “Het ‘probleem’ is dat iedereen gaat studeren. De vraag is meer of dat in Nederland of het buitenland gebeurt. We moeten het vooral hebben van jeugdspelers die de jongste teams trainen.”

Jeugd (jongens en meiden) en senioren gaan prima samen binnen BFC.

Oefenstof
“Voor de onderbouwtrainers hebben we speciale oefenstofboekjes gemaakt”, vervolgt Van Gelderen zijn verhaal. “Daar heeft de HJO onderbouw voor gezorgd. Voor de bovenbouwtrainers laten we dat meer los en daar hebben we geen vast oefenstofpakket voor. Er zijn wel partijen in de markt waar ik ook bedrijfsmatig mee heb gesproken. Voor veel clubs zou het een oplossing zijn om de kennis en knowhow extern in huis te halen als er weinig tijd is om daar in te sturen. Dan kun je zoiets klakkeloos overnemen. Bij ons is het juist omgekeerd. We hebben ons eigen beleid en eigen manier van trainen.” “In de onderbouw werken we met in
trainingsblokken”, gaat hij verder. “Op de onderbouwgroepen werken ook opleidingstrainers die één of twee seizoenen trainer zijn en soms aan de hand
meegenomen worden door selectietrainers. De HJO bepaalt de inhoud van de verschillende trainingsblokken. Hij is overigens ook verantwoordelijk voor de breedtevoetbaltrainingen. De blokken van de prestatieve teams en breedtesportteams lopen in elkaar over. Het thema en de oefenstof van de selecties komen terug bij de andere teams, ondanks dat ze maar eens per week trainen. In de bovenbouw werken we minder in vaste blokken, omdat we trainers met een TC2-diploma wat meer los laten.”

Bij BFC kiezen ze er ook voor om gediplomeerde trainers op de jongere teams te zetten. “We vinden dat de Onder8- en Onder9-teams een vergelijkbaar niveau
trainer verdienen als een Onder19-ploeg. We gaan ook op zoek naar specialisten of trainers die zich willen specialiseren. Onze HJO onderbouw is verantwoordelijk voor de Onder11, maar hij gaat volgend seizoen de Onder8 leiden. Dat doen we ook met andere teams. Het is dus niet zo dat hoe hoger je komt, hoe beter de trainer is. Onze trainers willen zich vaak specialiseren. Zo hadden we vorig jaar een Onder13-trainer die zichzelf echt een middenbouwtrainer vond en nu werkt bij FC Utrecht Onder11. En onze Onder17-trainer doet dat al drie jaar en wil zich ontwikkelen als specialist op dat niveau. Volgens mij hebben we het goed voor elkaar.”

Communicatie
Binnen de jeugdopleiding is de communicatie ook erg belangrijk. “Met ouders van de selectieteams hebben we periodiek overleg. Wat ze kunnen verwachten en hoe gaan de selectieprocedures. Bij de ouders van de breedtesportteams zit er een schakel tussen. Iemand van de jeugdcommissie is verantwoordelijk voor een bepaalde leeftijdscategorie. Zij zijn de vraagbaak voor ouders, zodat niet alle vragen bij de trainers terecht komen.” Ook met de jeugdspelers zelf is er regulier
overleg. Al van jongs af aan werken ze met POP-gesprekken. “Er zijn vier momenten per jaar waarin we met elkaar zitten. Vanuit het POP beoordelen we de spelers en beginnen daar al jong mee. Een BFC-speler van elf jaar kan me precies vertellen hoe hij er over denkt. Dan sta ik soms met mijn oren te klapperen. Dat heeft te maken dat er thuis ook op een bepaalde manier wordt gecommuniceerd.

zijn slimme gasten die dingen snel oppakken en het goed kunnen verwoorden. Dat is anders dan in andere regio’s waar ik heb gewerkt.”

Bij BFC willen ze de doorstroming bevorderen en dus is het ook belangrijk dat de trainers samenwerken. “Je hebt clubs waarbij er onderlinge afgunst is tussen de trainers en ze kritisch naar elkaar kijken. Hier hebben we het voor elkaar gekregen dat iedereen bereid is om elkaar te helpen en er veel voetbalinhoudelijk wordt gepraat. Trainers houden elkaar een spiegel voor, maar het is altijd om elkaar beter te maken. Als leiding beoordelen of veroordelen we een trainer ook nooit op resultaten, wel wat we qua voetbal zien op het veld. Dat geeft hen ook een bepaalde rust. We spreken ontwikkelingstrajecten met ze af en sparren veel met elkaar. De trainers die instromen en van een hoger niveau zijn, moeten inzien dat ze kennis over moeten brengen op de andere trainers en niet alle kennis voor zichzelf houden.”

Gevaar
Van Gelderen verkiest een maatschappelijke loopbaan en zijn hoofdtrainerschap van Roda’46 boven zijn functie bij BFC. Inmiddels is hij afgezwaaid als technisch manager. Van Gelderen hoopt dat de door de club ingeslagen weg niet verandert. “Daar zie ik wel een gevaar in. Het is BFC-beleid en hopelijk gooit mijn opvolger het roer niet compleet om. Bijvoorbeeld door weer meer externe spelers aan te trekken om de club sneller naar een hoger niveau te tillen. We hebben mooie stappen gezet en hopelijk zetten ze dat voort.”