Sporting Almere is de amateurclub van Almere City en voorheen FC Omniworld.

Sporting Almere Jeugdopleiding

Winnen is belangrijk maar wij willen hier gewoon lekker voetballen!

Igor van Gelderen is naast hoofdtrainer ook hoofd opleidingen bij Sporting Almere. Zijn doel was om de rust terug te brengen in de club: de nadruk op winnen verleggen naar de nadruk op plezier. “Winnen is belangrijk, maar we willen hier gewoon lekker voetballen.”

Artikel uit de Trainer-Coach van de VVON. Tekst: Rogier Cuypers | Beeld: Gerrit van Keulen

Veel jongens hebben een droom om in het betaalde voetbal te komen. Die wens is bij ouders soms nog wat sterker. Helemaal als de club waar jouw kind speelt om de hoek ligt bij een BVO. Met dat fenomeen hebben ze bij Sporting Almere, liggend in de buurt van Almere City, te maken. Igor van Gelderen merkt de drive van vaders om te coachen bij hun zoon en om zo de droom van dichtbij te beleven en te beïnvloeden. “Veel ouders denken wel: ‘dat doe ik even’. Men onderschat
het trainersvak een beetje. Als club zitten we naast Almere City en dat merk je. Je ontkomt er niet aan dat veel spelers bij ons komen spelen met als doel om ooit bij Almere City te spelen. Maar dat doel heeft een vader ook. Ik ben me ervan bewust dat veel vaders trainer worden van het team van hun zoon met de gedachte dat ze dan meer invloed hebben op de ontwikkeling van hun kind.” Maar hoe voorkom je dat als club? “De afstand bewaren tussen vader en zoon is best lastig. De ene vader trekt zijn zoon voor en de ander doet precies het tegenovergestelde. Ik ben maar weinig vaders tegengekomen die er neutraal inzitten. En als een vader dat wel is, dan vragen andere ouders zich af of dat echt zo is.

Het blijft een gevoelig punt. Intussen hebben we bij de selectieteams geen vaders die trainers zijn van het team van hun zoon. Dat brengt rust binnen die ploegen. Bij andere teams ontkom je er gewoon niet aan om er ouders bij te betrekken.”

Veranderende clubcultuur
De afgelopen anderhalf jaar heeft er een cultuuromslag plaatsgevonden bij Sporting Almere. “De cultuur was altijd dat winnen heel belangrijk is. Nu zijn we bezig met de ontwikkeling van het kind en dat we gewoon lekker voetballen. Ik merk dat we nu anderhalf jaar bezig zijn dat het rust geeft op de velden. Ouders
en trainers zijn rustiger langs de lijn. Ik ben van mening dat de trainer het voorbeeld moet zijn voor de ouders. Ten tijde van het incident met grensrechter Richard Nieuwenhuizen was ik hoofd jeugdopleidingen bij Buitenboys. Dat heeft me er nogmaals van doordrongen waar het om draait en ik vond het belangrijk dat er ook binnen deze club een omslagpunt nodig was.”

Niet alleen op technisch gebied, maar ook op andere vlakken worden de trainers bij Sporting Almere ondersteund. “We geven naast de cursussen met oefenstof ook aan hoe we het gedrag van coaches graag zien. Ik doe niets anders dan de trainers een spiegel voorhouden. Ook zelf heb ik dingen als coach gedaan waar ik spijt van heb. Mijn fanatisme is daar één van. Ik was vaak bezig met de scheidsrechter en voelde me snel benadeeld. Als je dat als coach doet, neemt een spelersgroep dat over. Dergelijke voorbeelden draag ik ook aan bij onze coaches. Soms zet ik ze wat aan om het wat zwart-wit neer te zetten. Vanaf het moment dat ik me niet meer druk maak om de scheidsrechter merk ik dat mensen om me heen dat ook niet meer doen. Nu kan ik anderen ook corrigeren.”

De rol van Hoofd Jeugdopleiding en Hoofdtrainer combineerde ik bij Sporting Almere.

We praten veel met de coaches en laten ze ook zelf over dingen nadenken”, vervolgt hij. “Ik vraag ze wat er gebeurt als ze op een bepaalde manier reageren. Dat vullen ze dan zelf in. In mijn beleving gaat het niet om het winnen van wedstrijden en daar maken we de trainers bewust van. Toch is dat wel lastig om eruit te krijgen en het blijft een punt van discussie. Uiteindelijk wil je natuurlijk een wedstrijd winnen, maar het gaat om de manier waarop.”
Het plan staat nog niet op papier, maar dat is wel de bedoeling. Van Gelderen wil ook dat zijn opvolger doorgaat op de ingeslagen weg. “De reden dat ik hoofd opleidingen ben geworden bij Sporting Almere is omdat ik een omslag teweeg wilde brengen. Als ik niet meer op deze stoel zit, hoe gaat het dan verder? Is het dan nog steeds rustig? Dat durf ik niet te zeggen. Het is belangrijk wie er na mij aan het stuur zit. We zijn nu concreet bezig met een breed gedragen plan, zodat ook andere commissieleden achter het plan staan. Alleen op die manier krijgt het plan een goed vervolg bij mijn opvolger.”

Trainingen
Het plezier terugvinden op de club is dus gelukt. Nu wil Van Gelderen ook stappen maken op voetbaltechnisch gebied. “Dat doen we door het geven van pupillentrainer cursussen. Ik ben eigenaar van VoetbalCity en we trekken ook het land door met clinics. We combineren oefenstof met praktijkvoorbeelden.”
Van Gelderen vindt dat ongeschoolde trainers eerder iets kapot kunnen maken dan dat ze spelers beter maken. “Ik ben nu 43 en toen ik training kreeg deden we aan bokje springen en stonden we als spelers op een rij met afronden. Veel vaders geven tegenwoordig training zoals ze die zelf hebben gehad. Dus als je
niet oppast zie je veel loopvormen of altijd dezelfde afwerkvormen. Vaders hebben vaak een baan en bedenken op weg naar de training wat voor oefeningen ze die avond gaan doen. Dan bedenken ze dat de training van vorige week wel lekker liep en zijn ze geneigd dezelfde training te geven. We willen in thema’s
gaan trainen en zorgen dat het niveau van het kunnen voordoen niet zo belangrijk is en dat de oefening de techniek aanleert. Als de afstanden goed zijn en de organisatie goed is, dan is het aan de vader om de kinderen te enthousiasmeren. Het gaat erom dat de kinderen de oefening honderd procent uitvoeren. Dan maken de spelers de meeste stappen. Door het aanbieden van de juiste oefenstof aan vaders en er voor zorgen dat de spelers hem met
complete inzet uitvoeren, werkt dat het beste.”

Plezier
Elke jeugdtrainer wil het plezier bij een spelersgroep bevorderen. Een mooie insteek, maar hoe breng je dat in de praktijk. Volgens Van Gelderen word je alleen beter als je oefeningen met plezier uitvoert. Bij de oude Coerver- methode worden oefeningen heel statisch uitgevoerd. Slechts een enkeling houdt dat lang vol. Je kunt die oefeningen ook in wedstrijdvorm aanbieden. Als je elk kwartier een andere vorm aanbiedt, dan kun je dat prima twee uur lang volhouden. Als een speler dat goed uitvoert en de trainer zorgt voor beleving, dan gaan ze als de brandweer.” Belangrijk is dat spelers niet kritisch naar elkaar zijn over de uitvoering, maar wel elkaar aanspreken als de inzet niet optimaal is. “Je ziet dat spelers elkaar aanmoedigen en pas feedback geven als ze merken dat iemand zich niet honderd procent inzet. Als iedereen zijn best doet, dan balen ze wel als ze een potje verliezen op de training. Dat mag ook en als trainer prikkel je ze daarmee. Zorg dat je korte wedstrijden speelt, zodat je na een korte partij weer op 0-0 begint. Als je dat goed doorvoert binnen een jeugdopleiding, maak je grote stappen.”

Evenveel speeltijd
Het geven van even veel speeltijd aan kinderen is in de meeste jeugdopleidingen een item. Dat is niet anders bij Sporting Almere. Bij de club van Van Gelderen gaat het soms niet alleen om de hoeveelheid speeltijd, maar ook wanneer spelertjes wissel staan. “Wij ervaren ook dat het plezier bij spelers afneemt als ze minder speeltijd krijgen. Ouders komen dan naar me toe en ik geef ze geen ongelijk. Een trainer kan mij geen goede reden geven waarom een speler minder speeltijd krijgt dan zijn teamgenoot. Een ouder kwam een keer naar me toe en klaagde dat haar kind altijd als eerste wissel stond. Dan speelt iedereen weliswaar
evenveel, maar het kind vond het vervelend. Daar moet je als trainer dan rekening mee houden. Als je als trainer dan ooit een kind een ‘sanctie’ wil geven, is hem als eerste wissel zetten beter dan minder speeltijd geven. Het is een manier om spelers te motiveren, want blijkbaar voelt als eerste wissel staan niet goed.”
“De trainers van de onderbouw hebben de cursus gevolgd en weten hoe we er als club mee omgaan”, gaat Van Gelderen verder. “We zijn bezig om zaken op papier te zetten, zodat ook ouders ons beleid terug kunnen vinden. Er ligt dus nog geen technisch opleidingsplan, maar we hopen deze voor het eind van het seizoen klaar te hebben.”

Eerste elftal
Het geven van evenveel speelminuten gebeurt bij clubs veel bij jeugdteams. Maar in Almere gaan ze een stapje verder. De selectieteams en zelfs bij het eerste elftal komt iedereen aan spelen toe. “Ik ben ook trainer van het eerste elftal en het gebeurt me niet dat ik jongens de hele wedstrijd op de bank laat zitten. Dat heeft mede te maken met een ervaring uit het verleden. Ruim tien jaar geleden speelden we een keer in de kop van Friesland. Toen heb ik twee spelers laten warmlopen, waarvan er eentje vijf minuten speelde en de ander helemaal niet. Bij terugkomst gaven ze aan zoiets niet nog een keer te willen. Op weg naar huis besefte ik dat ze daar gelijk in hadden. Om de groep continu zo groot mogelijk te houden heeft iedereen een belangrijk aandeel in de wedstrijd. Dat koppel ik ook terug naar de andere trainers. Binnen alle leeftijdcategorieën willen we dat iedereen evenveel speelt. Of je nu in de A1 of A6 speelt. Er is altijd een uitzondering mogelijk, maar over het algemeen is dat de regel.” Het ‘iedereen is gelijk’-principe uit zich ook bij het samenstellen van de elftallen. Of het gebrek daaraan. “We maken geen selectieteams, maar selectiegroepen. In de D-selectie hebben we dertig spelers, vijftien eerste- en vijftien tweedejaars. We delen ze niet in bij een team, maar ze trainen samen. Op de tweede trainingsavond trainen ze samen met de groep waar ze zaterdag mee gaan spelen. Zo krijg je een betere kruisbestuiving. Als je
goed presteert in het tweede elftal kan je goed aansluiten bij het eerste. En als iemand normaal in het eerste elftal speelt en ziek is geweest, gaat hij zaterdag met het tweede mee. Het zorgt voor een natuurlijke rust.”